Home
Artikelen
Preken





Het gevaarlijke gelijk van Netanyahu en Leon de Winter
juli 2014
Voor de zoveelste keer komt het smeulende conflict tussen de Palestijnen en IsraŽli’s tot een uitbarsting. Raketten vliegen heen en weer. Vanuit Gaza-stad vliegen de raketten naar IsraŽl. Ze zaaien woede en angst maar geen dood en verderf want erg precies zijn de raketten niet, IsraŽl plukt er veel uit de lucht en de schuilkelders voor de burgers zijn dichtbij. Omgekeerd zorgen de IsraŽlische vergeldingsraketten voor veel doden en gewonden onder de burgers van Gaza-stad. Onschuldige vrouwen en kinderen worden het slachtoffer. Treurige stand op het moment dat ik dit schrijf: Aan Palestijnse zijde 185 doden waaronder 35 kinderen, aan IsraŽlische zijde 1 dode.
Dit is een schokkend cijfer. Maar tegelijk is het een oneerlijke vergelijking. De raketinstallaties van de Palestijnen staan verscholen in de dichtbebouwde volkswijken van Gaza-stad. Hamas, de Palestijnse partij die Gaza regeert doet geen enkele moeite om zijn burgers van de strijdgroepen te onderscheiden, integendeel.
Het brengt de IsraŽlische premier Netanyahu tot de one-liner. Wij gebruiken onze raketten om onze burgers te beschermen. Zij gebruiken hun burgers om hun raketten te beschermen.
Natuurlijk, het is propaganda-taal. Maar tegelijk raakt hij hier aan een diepe kloof tussen de strijdende partijen. Voor de strijder van Hamas, de Islamitische beweging die Gaza bestuurt telt het aardse leven niet. Leon de Winter citeert in zijn opiniestuk dat op 12 juli in Trouw werd gepubliceerd een strijdkreet van Hamas: Wij houden meer van de dood dan jullie van het leven. Inderdaad. Ooit gehoord van een Joodse zelfmoord-terrorist? Ik niet.
Leon de Winter schetst in zijn opiniestuk een tegenstelling die denk ik niet bezijden de waarheid is. Aan de ene kant heb je het westers georiŽnteerde democratische en welvarende IsraŽl. Het zorgde sinds de bezetting van de westelijke Jordaan oever (door hen aangeduid met de oude Bijbelse namen Judea en Samaria) voor een betere infrastructuur dan toen JordaniŽ er het gezag had. “De Jood legde riolering aan, opende scholen, maakte het bestaan beter, er was een behoorlijk vrije pers”.
Aan de andere kant voelt het Palestijnse volk zich diep vernederd. Het kan maar niet aanvaarden dat er een Joodse staat is op Palestijnse grond. En Islamitische terroristen uiten deze diepe gevoelens van vernedering door zelfmoordaanslagen en raketbeschietingen. IsraŽl moet wel een muur bouwen en moet wel terugschieten.
Geen speld tussen te krijgen vinden veel vrienden van IsraŽl. Maar toch is dit gelijk gevaarlijk. Waarom? Omdat het een gelijk is zonder hoop. Want ook Palestijnen die streven naar een eigen staat en vinden dat IsraŽl in het algemeen en joodse kolonisten in het bijzonder zich als bezetters van hun land gedragen, hebben gelijk. Dat vindt bijna de hele wereld. Maar dat vindt helaas bijna niemand meer in IsraŽl. De muur die IsraŽl beschermt staat op Palestijnse grond en berooft Palestijnse boeren van hun land. Die muur is gebouwd op angst en geweld en is IsraŽls gevangenis. Die muur van angst, bedoeld om IsraŽl te redden, wordt IsraŽls ondergang. Met zijn blinde verdediging van IsraŽls politiek bewijst Leon de Winter IsraŽl een slechte dienst.
Vrienden van IsraŽl kunnen IsraŽl helpen door naast het recht van IsraŽl op een veilige staat binnen de grenzen die door de VN in 1948 zijn aangegeven ook de legitieme rechten van miljoenen Palestijnen te erkennen. Met die erkenning zijn niet alle problemen opgelost. Ze zijn wel de noodzakelijke voorwaarde voor de hoop op vrede.


foto Jan C. Bos

.