| Home |
Preken |
Contact:Jan C. Bos E jancbos@kpnmail.nl |
|||
| |
|||||
| Zondag 25 oktober 2026 Wie God liefheeft krijgt de naaste er bij Matteüs 22, 43-46 Ontmoetingskerk Haarlem Het evangeliegedeelte wat wij vanmorgen hebben gelezen staat wel bekend als “het grote gebod”. Het wordt nogal eens samengevat met de woorden. God liefhebben boven alles en je naaste liefhebben als jezelf. Ik herinner me daar dan heel diepzinnige, uitvoerige en soms ook wel saaie gesprekken over. God liefhebben boven alles? Kan dat wel? Wie brengt dat op? En je naaste liefhebben als jezelf? Hoeveel houd je van je zelf eigenlijk. Misschien moet je wel eerst leren om van je zelf te houden. Wellicht is het beter wanneer we dit gebied niet theoretisch maar praktisch overdenken. En om dan maar gelijk met de samenvatting te beginnen. God liefhebben boven alles en de naaste als jezelf. Ik weet een betere: Je moet God liefhebben met je hele hart én je moet je naaste liefhebben met heel je hart. Wat houdt God liefhebben eigenlijk in? Jezus citeert de beroemde tekst uit Deuteronomium. Hoor Israël, de Heer is God, de Heer is één. Gij zult de HEER uw God liefhebben met heel uw hart, ziel, verstand en kracht. Houdt dat in gedachte. Praat er over. Breng het je te binnen. Schrijf het boven je bed. Vertel het aan je kinderen. God liefhebben is bidden, zingen, Bijbellezen, ruimte maken en tijd nemen om je open te stellen. De liefde met God bedrijf je op zondagmorgen in de kerk door samen te zingen en te bidden, je geloof te voeden en de hoop te koesteren en kun je elke dag bedrijven in de stilte en het gebed.. Bedrijf je nooit die liefde dan dooft gaandeweg het vuur. De grond, de diepe zin van ieder kerkdienst is de liefde. Ontbreekt de liefde tot God dan is alles wat we doen schallend koper. En schallend koper kan je afleiden van waar het wezenlijk om gaat: De liefde van God en de liefde tot God, de omgang met de Eeuwige samen met de zusters en broeders. Dat kan in een kathedraal maar het kan ook in een kale schuur. Dat kan in een ruime en grote kerkorganisatie maar het kan ook als je veel kerkelijke zaken los moet laten. Wij moeten ons niet verliezen in bijzaken. We moeten ons concentreren op de Ene. Je kunt van de Farizeeën zeggen wat je wilt. In de kerk worden ze nogal eens beschimpt. Maar zij nemen de woorden van God in zich op. Ze drinken ze in. Ze leven er uit. Ze hebben God lief. En in dat opzicht voelt Jezus zich nauw met hen verwant. Hij bidt op de berg. Hij leert in de tempel. Hij graaft als een schatgraver in de Bijbel. Dit is het eerste en grote gebod. Hoor Israël. De HEER is je God. Heb hem lief met heel je hart. Je moet God liefhebben met heel je hart én je moet je naaste liefhebben met heel je hart. Die naaste is een mens als jij. Er stroomt bloed door zijn aderen, net als bij jou. Hij kent vreugde, verdriet, angst en hoop. Net als jij. Heb hem lief met heel je hart zoals je God moet liefhebben met heel je hart. Het is niet nieuw wat Jezus zegt. Het staat al in het eerste testament, in de wet van Mozes. Maar het is wel verrassend dat Jezus hier deze twee geboden met elkaar combineert. Waarom doet hij dat? Hij doet dat omdat de Farizeeën hem op de proef stellen. Ze stellen hun vraag niet uit oprechte belangstelling. De schriftgeleerden, in vergadering bijeen, beproeven Jezus. Wie is deze Jezus? Waarom praat hij zoals hij praat en doet hij zoals hij doet. Waarom bekommert hij zich zo om uitschot en laat hij zich zo weinig gelegen liggen aan de officiële geestelijkheid. Zeg jij maar eens. Wat is nu eigenlijk het grote gebod. Is het jou wel te doen om God? Of gaat het jou alleen om de mensen. We zijn benieuwd. En dan zegt Jezus. Hert gaat mij om God én om de mensen. Het gaat mij om God én om dat uitschot dat jullie links laten liggen. Je naaste liefhebben. Wat betekent dat praktisch? Ook dat kun je vinden in de Schrift. Dan gaat het helemaal niet om de vraag of je van alle mensen evenveel kunt houden. Nee, het betekent concreet dat je iets over hebt voor de arme en de vreemdeling als je je oogst binnenhaalt. Steel niet, lieg niet, beroof de ander niet. Belaster hem niet. Pest hem niet. Laat hem niet struikelen. Spreek geen vloek uit over een dove en leg geen obstakel voor een blinde. Heb die naaste lief als jezelf. Zo concreet en praktisch is het. Heb je naaste lief betekent concreet: Gun de ander, de buurman en de vreemdeling naast jou het leven. Gun hem zijn waarde. Voor Jezus is dit essentieel. En hij houdt het zijn broeders die net als hij God liefhebben, voor. Wie God liefheeft krijgt de naaste erbij. Waarom? Omdat God die naaste, dat mensje naast jou liefheeft. Jij en ik en alle liefhebbers van God moeten het ook vandaag weer horen. Wie God liefheeft krijgt de naaste er bij want God heeft die naaste lief. De Farizeeën krijgen van Jezus een vraag die hen dat duidelijk maakt. Hij vraagt hen. Hoe kan de Messias Davids zoon zijn? Voor ons misschien een onbegrijpelijke vraag en hogeschool-theologie. Maar het is geen raadsel. Het is Evangelie. De zoon van David is een mens van vlees en bloed. Hoe kan onze Heer een mens van vlees en bloed zijn? Dat kan omdat God dat zo wil. Kijk, daar staat onze Heer. Hij staat daar met kloppend hart en warme handen. Zo menselijk is de Messias in wie Gods liefde klopt. God houdt van mensen. Van jou natuurlijk maar ook van hem daar en van haar. En Hij is naar ons toegekomen in een kwetsbaar mens als jij en ik om ons nabij te zijn. Dat is de diepe warme kern van ons geloof. We leven in een verwarrende tijd. Op het wereldtoneel schuiven de panelen. Rusland bedreigt ons, Amerika verlaat ons. De overheid adviseert noodpaketten want oorlog is dichterbij. Het klimaat verandert. Kunstmatige intelligentie maakt veel zaken gemakkelijker maar is ook een bedreiging omdat het ons hart en ons verstand afstompt. Migratie verandert buurten. Al de problemen die dat met zich meebrengt kunnen jij en ik niet oplossen. We kunnen ze wel doorstaan door God en de naaste lief te hebben. We kunnen ze doorstaan als we beseffen dat onze ziel en zaligheid geborgen is in de Eeuwige. Hij houdt ons vast als de wereld wankelt. Hij bewaart onze ziel, onze verlangens en onze hoop. Houdt dat vuur brandend in gebed en in samen horen naar het woord en zingen in het lied. En we kunnen ze doorstaan wanneer we vasthouden aan het geloof dat de naaste een mens is als jij en dat de vreemdeling niet mag worden afgeserveerd als gelukszoeker die er op uit is jouw je geluk te ontnemen. We kunnen ze doorstaan wanneer we saamhorigheid zoeken en die politieke krachten steunen die het recht hooghouden, de kostbare instituties van onze democratie eerbiedigen en naar verbinding zoeken en compromis in plaats van hoog van de toren te blazen over hun eigen gelijk en niet de ernstige problemen in de ouderenzorg en de jeugdzorg,niet het onderhoud van wegen en bruggen maar wel de asielmigratie als het grootste probleem zien. In de naaste komt God ons het allernaast. Hij aarzelt aan mijn deur, hij klopt aan mijn hart. God, leer mij toch om lief te hebben in de concrete nuchtere, praktische Bijbelse zin van het woord. We hoeven ons niet op de borst te kloppen. We moeten al helemaal niet met de vingers wijzen naar de ander die zijn gedrag verbeteren moet. Laten wij opnieuw proberen om niet alleen naar het eigen belang tre kijken maar ook naar dat van anderen. En laten we proberen in de ander te zoeken, te zien, te stimuleren en naar boven te halen wat echt is en puur, wat haar of hem wezenlijk tot mens maakt. Zij en hij zijn het beeld van God. In hun kwetsbaarheid komt God ons tegemoet. Ontvang hen met ochtendkoffie en in het lunchcafé. Het is klein maar wezenlijk. Jezus koppelt het eerste en tweede gebod aan elkaar. En hij wijst naar Davids zoon. Hij wijst naar zichzelf. In zijn gelaat licht de liefde Gods op. Het hele evangelie is geschreven om uit te leggen hoe God zelf zich onze verwarring en nood heeft aangetrokken en mens geworden is . Wij maken scheiding tussen God en de naaste maar Hij niet. Hij wordt een naastetje, een mensje als jij. Heb God én heb je naaste lief. Waarom? Omdat God jou en je naaste lief heeft. Als breekbaar, kwetsbaar mensenkind is hij onder ons gekomen. Hij heeft zelf het grote gebod op zich heeft genomen en nodigt ons hem te volgen. |
|||||