Home


Preken


Jan BosContact:
Jan C. Bos
E jancbos@kpnmail.nl




Zondag 26 juli 2026 Gelukzoeker zijn we allemaal
Matteüs 13, 44-52 Verbondskerk Vijfhuizen

Wat geeft jou vreugde?
Heel veel mensen in onze samenleving hebben de neiging om te zoeken naar geluk in spullen. Je krijgt een geluksgevoel als je iets kunt kopen. Dan komen er stoffen in je hersenen vrij die dat geluksgevoel oproepen. En onze samenleving speelt daarop in en is daar op ingericht. Influencers hebben een knop die je uitnodigt om een nieuwe gelukservaring te kopen.
Alleen dat geluk beklijft niet. Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak, zei een goede vriendin van mij ooit.  En dus gaan we opnieuw iets kopen. En dat gaat maar door. Alsmaar door.
Nee, niet iedereen heeft een onbedwingbare koopverslaving. Maar iedereen heeft wel oog voor het geluk van welvaart en materiële rijkdom. Jij ook. Ik ook.
Wat is het fijn als je een goed huis hebt, een schone leefomgeving, een goed onderhouden weg waarop jouw auto rijden kan, genoeg geld om met vakantie te gaan, genoeg geld om iets nieuws te kopen, nieuwe mode, nieuwe telefoon.
Arme mensen hier en elders kijken begerig toe. Ze verlangen ook naar dat geluk.  En ze zoeken er naar. Asielzoekers worden denigrerend “gelukszoekers” genoemd. Maar we zijn allemaal gelukszoekers.
Het zit ook in jou. Het zit ook in mij.  En wat in jou en in mij zit, wordt gemeten. Dat heet consumentenvertrouwen. Het vertrouwen daalt in crisis en oorlog.  Dan hebben we angst voor welvaartsverlies. Welvaartsverlies betekent: Levensgelukverlies, denken we.
Terwijl we tegelijk weten dat die alsmaar groeiende welvaart die wij denken nodig te hebben de aarde en uiteindelijk ook ons leven bedreigt.  De jongste generatie, mijn kleinkinderen wordt het meest bedreigd door de gevaren van klimaatverandering en is tegelijk het meest ontvankelijk voor het idee dat je geluk kunt kopen. Hun grootouders en ouders hebben decennialang het voorbeeld gegeven. 

Vanmorgen gaat het in het Evangelie om een andere bron van geluk dan materieel bezit. Alleen die bron is verborgen. Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker.
Die zin raakt mij vandaag. Omdat het voor mij weergeeft wat er met mijn leven, het jouwe, het onze aan de hand is.
We leven met een verborgen schat.  Heel lang al is het dominante wereldbeeld dat er alleen maar materie is. Zelfs geluk is materieel. Dat komt door dopamine. We zijn ons brein.  En dat dominante, materiële wereldbeeld beïnvloedt je meer en meer. Jou ook. Mij ook.  
Totdat er iemand is dwars tegen het dominante wereldbeeld dat er alleen maar materie is die je hebben kan of missen moet, een schat vindt, een andere bron van geluk, een geestelijke bron van geluk die vreugde geeft.
Het koninkrijk van de hemel is een Bijbelse term die Gods nieuwe wereld aanduidt. Let op: Niet alleen boven maar ook hier beneden. Het is Gods Geestkracht die deze nieuwe wereld schept.   Het is niet een materiële maar een geestelijke werkelijkheid.  Hij komt van boven en wekt in ons de liefde en het gevoel voor recht, de barmhartigheid en het mededogen. Je leest er al over bij de profeten van het eerste Testament. In Gods nieuwe wereld zal ieder zijn naaste uitnodigen onder de wijnstok en onder de vijgenboom. In Gods nieuwe wereld is voor iedereen plaats aan de tafel. 
Die bron van geluk is er maar, zegt Jezus, als een schat die verborgen is, totdat iemand hem tot zijn grote vreugde vindt.   Die vreugde is groter dan alle geluk dan wat materieel bezit je bieden kan. Die vreugde wil je voor geen goud meer kwijt. Zo lees ik het slot van de korte gelijkenis.  Die vreugde doet je beseffen dat niet alles van je materiële welvaart afhangt. Er is meer. Er is grotere vreugde.
Deze kleine gelijkenis leert mij dat er verschil is tussen materieel geluk en de innerlijke vreugde die de gemeenschap met God en met elkaar biedt.
Meer nog dan het eerste maakt het tweede verhaal dat duidelijk. De koopman vindt een kostbare parel. Hij verkoopt heel zijn handel voor die ene parel. Waarom doet hij dat? Hij doet het omdat hij helemaal weg is van de schoonheid van deze parel. Hij vindt geluk dat niet in geld te vangen is. Hij vindt vriendschap, liefde, geloof en hoop 'Hij is de parel in mijn leven', zegt soms een vrouw van haar man. Ik heb een parel gevonden zegt hij. Die parel staat voor verbondenheid in lief en leed. De parel staat voor innerlijk geluk dat je voor geen geld ter wereld missen kunt. En in de Bijbel wordt dat innerlijk geluk verbonden met God. De bijbel noemt die innerlijke rijkdom: "de vrede Gods" of "verborgen omgang" of "zekerheid van het geloof" De psalmen zingen er over of beklagen juist het gemis. Mystici getuigen er van en hunkeren er naar. Ooit bad Augustinus: Veel te laat heb ik je lief gekregen, schoonheid wat ben je oud, wat ben je nieuw.
Die parel heb je gevonden of niet, nog niet.

De koopman verkoopt alles wat hij had.  Hij is daarmee het tegenbeeld van de rijke die de Heer ontmoette maar geen afstand kon doen van zijn vele goederen.  Het is een zin die bij ons schuurt. Wordt van ons gevraagd van alles afstand te doen?
Nee, dat denk ik niet. De gelijkenis nodigt ons wel uit te ontdekken dat ons levensgeluk niet afhangt van materiële rijkdom. Dat ontdekken kun je oefenen door te oefenen in afstand te doen van teveel dat de aarde bedreigt. Je hebt het niet nodig want je hebt God en je hebt elkaar. Dat ontdekken kun je oefenen door niet 24 uur per dag en 7 dagen in de week bezig te zijn met werken en geld verdienen maar ruimte maken en tijd voor God en voor elkaar.

Bij de twee kleine gelijkenissen over de schat en de parel voegt zich een derde.
Het is de gelijkenis van het visnet. De strekking is anders en lijkt op die van het onkruid tussen de tarwe. Die gelijkenis zegt dat er kwaad in de wereld is. Vandaag is het er hartverscheurend. We zien de kapotgeschoten gebouwen in Kiev. We zien de wanhoop in de ogen van de mensen in de vluchtelingenkampen. Jij en ik zijn er verdrietig om of verbijsterd of woedend of alleen al diep en diep begaan met de slachtoffers. Dat kwaad is er. Het is verder weg en ook heel dichtbij. Het loert op straat. Het nestelt zich in witte boorden. Het schuilt in onzuivere maar o zo verleidelijke deals. Maar het zal niet blijven bestaan. Jij wordt geroepen om het kwaad in jezelf te bestrijden en te groeien naar het goede. Jij wordt geroepen om het goede te doen, zwakken te helpen en rouwenden te troosten, verbonden te zijn in verdriet. Dat zeggen ons de goede woorden van de wet.
Maar tegelijk zet deze derde gelijkenis de eerste twee in een bijzonder licht. Het is niet alleen zo dat jij zoekt en vindt. Nee, ook de engelen Gods zoeken. Dat wil zeggen: het is de Eeuwige zelf die jou zoekt in alle nood en dood en jou met blijdschap vindt.
Wie zoekt nu eigenlijk wie? Ik zei het al eerder. Die schat was er al, zij het in het verborgene. Die schat lag al in de akker te wachten. Tot jij hem vindt. Tot jij door Hem gevonden wordt. Vinden en gevonden worden. Niet ondanks verdriet en aanvechting maar midden in verdriet en aanvechting ervaren dat er liefde is en verbondenheid is tussen mensen en dat God vanuit de hemel met liefde, met bewogenheid en innerlijke ontferming omziet naar ons mensen. Dat is wat de apostel ons schrijft vanmorgen.  Dat is de binnenkant van het geloof. Dat is het innerlijk vuur waar het in de kerk om gaat en dat ons de kracht geeft om te leven in goede en in moeilijke dagen.

Hij was er altijd al, die schat. In de laatste regels van de lezing vanmorgen wijst Jezus de Schrift als vindplaats aan. Je hebt deze altijd al in jouw nabijheid gehad. Je hebt altijd al geweten dat je lezen en bidden en zingen kunt. Je vreugde kun je uiten, je tranen kun je schreien voor zijn Aangezicht. Je hebt altijd al geweten dat je bidden kunt en werken, werken en bidden. Je hebt ooit al eens gehoord dat de Eeuwige zelf de grond is van jou bestaan.
De dag komt en is wellicht al aangebroken, nee niet dat verdriet en schrik voorbij zijn maar wel dat je een schat vindt, een parel van grote waarde, troost in leven en in sterven. Wees er blij mee. Leef er mee vandaag en morgen.