| Home |
Preken |
Contact:Jan C. Bos E jancbos@kpnmail.nl |
|||
| |
|||||
| Zondag 12 april Over vergeven en niet vergeven Johannes 20, 19-23 Oude Kerk Heemstede Ooit vroeg Petrus aan Jezus: Heer, hoe vaak zal mijn broeder tegen mij zondigen en zal ik hem vergeven? Zeven maal soms? U herinnert zich wellicht die vraag wel. En u weet wellicht ook het antwoord van Jezus op die vraag. Nee, niet zeven maal maar zeventig maal zeven maal zul je je broeder vergeven. Als je dit in je achterhoofd hebt dan is het toch bijzonder wat wij vandaag in het Paasevangelie lezen: “Als jullie iemands zonde vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.” De leerlingen kunnen beiden doen, kennelijk. Zij hebben het recht of de macht om zonden wel te vergeven maar ook om dat niet te doen. Hoe zit dat dan met die zeventig maal zeven maal vergeven? Vergeven of niet vergeven is buitengewoon belangrijk en ingrijpend in ons menselijk bestaan. Daar staat of valt het mee. Dat blijkt ook wel uit de plaats die de tekst over het kwijtschelden of toerekenen heeft in het Evangelie. Bij de Evangelist Johannes vallen Pasen en Pinksteren op één dag. Hij, de opgestane Heer is ons voorgegaan, lazen we op de eerste zondag van Pasen. Wij, zijn leerlingen mogen hem volgen in zijn Geest. Jezus blaast op zijn leerlingen, lezen we. Hij blaast ze aan. Hij inspireert ze met zijn levensadem. Hij wekt hen op met zijn levensgeest. En wat moeten ze gaan doen? Wat houdt dat leven in zijn Geest in? Het is kwijtschelden of toerekenen. Binnenhalen of buitensluiten. Ja zeggen of nee zeggen. Dat binnenhalen begrijpen we wel. Maar nee zeggen, mag dat ook? Moet dat soms ook? Hoe zit dat dan met die zeventig maal zeven maal vergeven? Deze tekst over het kwijtschelden of toerekenen heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de kerk en doet dat nog. Het is de tekst van de sleutelmacht. Iets dergelijks vindt je ook in het Matteusevangelie. En daar wordt het expliciet met Petrus verbonden. Het zijn deze sleutels die tot op vandaag het wapen van de paus sieren. Hij beslist of je buiten blijft of binnenkomt. Ach en als het de paus niet is dan is het wel de priester die de absolutie weigert of de ouderling die je onder censuur zet. Daar weten we misschien allemaal nog wel voorbeelden van uit het nog niet zo ver achter ons liggende verleden. Tegenwoordig zijn wij daardoor helemaal aan de andere kant gaan zitten. De deur staat altijd open en de sleutel is diep weggestopt. Niks sleutelmacht. Zeventig maal zeven maal zul je immers vergeven. Hoe zal dan ooit een of andere kerkautoriteit iemand zijn zonde blijvend kunnen toerekenen? Dat kan toch helemaal niet. Dat mag toch helemaal niet. Of toch wel…. Nee, om te beginnen mag dat niet. Vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren, bidden wij met Jezus en naar goed joods gebruik. En daar komt in de joodse traditie geen autoriteit aan te pas. Dat is een proces dat tussen mensen zelf plaats moet vinden. Dat is een stapsgewijs proces waarin kapotte relaties tussen een mens en een medemens, of tussen de ene groep en de andere groep of tussen mensen en God worden hersteld. Het begin van dat proces is: Het inzicht dat iets verkeerd is gegaan. Dan volgt het berouw en de bekentenis: Je neemt de verantwoordelijkheid voor wat verkeerd is gegaan. Dan volgt de genoegdoening ten opzichte van de benadeelde. Als laatste stap volgt dan de vergeving. De vergeving is de bezegeling van het herstel van de kapotte relatie. Je wordt verzoend. Je mag opnieuw in vrede leven met de mensen en met God. Jij en ik weten hoe zwaar dit proces kan zijn. Dat is hard werken voor de dader om tot inkeer te komen en zijn schuld in te zien. Maar het moet wel want zonder dat kan geen vergeving plaats vinden. Dat is hard werken ook voor het slachtoffer om zijn zeer te boven te komen. Het is in dit verband tekenend dat in de joodse feestkalender tien geduchte dagen voorkomen. Tien dagen van omkeer en nieuw begin maken. Tien dagen van goedmaken met je zuster en broeder. En pas op de tiende dag volgt dan de grote verzoendag met God. Dat is leven na Pasen: Als een gebroken mens weer kan opstaan en leven met God en met de mensen. En dat is Pasen: Als een gemeenschap zich omkeert van haat en verbittering en de weg van verzoening en vrede gaat. Dat is zo belangrijk en nodig op deze wereld. Het is niet gemakkelijk. Het kan niet zo maar. Maar het kan wel. En het moet wel. Na de tweede wereldoorlog is er nog lange tijd vijandschap en bitterheid geweest tussen het Nederlandse en Duitse volk. Er was zoveel zeer, zoveel. Dat poets je niet weg met een enkel vroom woord van vergeving. Er moest gewerkt en verwerkt worden door daders en slachtoffers. Er moest gerouwd worden en geboet. Er moest een proces op gang komen van inkeer en anders willen. Er moesten stappen gezet worden door Duitsers én door Nederlanders om tot vergeving en verzoening te komen. De inzet en medewerking van beiden is nodig. Dat moeilijke geestelijke proces is broodnodig in het Midden-Oosten waar een diep getraumatiseerd Joods volk medogenloos inhakt op zijn vijanden en vermeende vijanden. Het is broodnodig in onze eigen samenleving waar mensen uit angst voor verlies van welvaart en vertrouwdheid vluchten in autocratie en vreemdelingenhaat Wat nu als een van de twee niet meewerkt? Dan blijft er een groot probleem. Als de schuldige niet tot inkeer komt, kan het bevrijdende proces van verzoening niet plaatsvinden tot grote schade van het slachtoffer, de dader en de gemeenschap. En dan komt ook de gemeenschap als derde partij in beeld. De leerlingen worden hier aangesproken als vertegenwoordigers van de geloofsgemeenschap die weten hoe het bevrijdende proces van vergeving en verzoening in zijn werk gaat. Zij krijgen de opdracht om dat proces tussen mensen te bevorderen, te begeleiden en als het maar even kan tot een goed einde te brengen. Ze krijgen ook de verantwoordelijkheid om aan te wijzen waar en door wie dat proces geblokkeerd wordt. Dan blijft de zonde toegerekend. Je bent ook geroepen om als dat moet nee te zeggen. Niet tegen een mensenkind, wel tegen wat dat mensenkind uit woede, frustratie of pure hebzucht aanricht. Je bent geroepen om nee te zeggen tegen het recht van de sterkste dat nu vandaag door onze bondgenoot Amerika en onze oudste broer Israël in praktijk wordt gebracht, nee te zeggen tegen antisemitisme en alle vormen van vreemdelingenhaat, nee te zeggen tegen het criminaliseren van kwetsbare ongedocumenteerden, nee te zeggen tegen anti-democratische gedachten die de kop op steken in populistische partijen en zomaar ook in je eigen hart want wat gaat het toch allemaal stroperig in Den Haag. De kans krijgen tot omkeer en nieuw begin loopt als een rode draad door de bijbelse traditie heen. Dat begint al met de schepping en de zegening van Adam. Dat krijgt kleur in de geschiedenis van Noach en de schoongewassen aarde waarop de mensen en de dieren mogen leven voor Gods aangezicht. Vanmorgen lazen we het verhaal van de vredesduif. God schept een nieuwe kans. Lieve mensen, ga dat proces aan met elkaar. Kijk, waar het verkeerd is gegaan en spaar je zelf daarbij niet. En gun ook de ander tot inkeer te komen en een nieuw begin te maken. Help mensen als ze vast gelopen zijn. Dat is leven uit Gods Geest. Dat is wat gebeuren moet in dat allerverdrietigste conflict rondom Jeruzalem waar zoveel zeer is, zo veel en zo diep oud zeer. Dat is wat gebeuren moet als mensen en groepen tegenover elkaar staan en de angst wordt gevoed met beelden uit het verleden die vandaag opnieuw tot gelding worden gebracht Dat geldt ook in de eigen geloofsgemeenschap waar zo maar, zomaar conflicten zich kunnen vastzetten en niemand, niemand meer een stap beweegt. Stap op elkaar toe, praat het uit, maak een nieuw begin. Laat je leven niet verzieken door ruzies, conflict, wrok. Dat proces van verlossing van oud zeer is zo belangrijk dat de opgestane Heer het in ons evangeliegedeelte als eerste en enige noemt. Leven uit de Geest is de mensen leren en helpen tot vergeving en verzoening te komen. Deze tweede paaszondag wordt wel genoemd de zondag van de pasgeboren kinderen. Nee, die zijn niet onschuldig als lammeren. Die moeten horen naar de klank van Pasen. Die moeten luisteren naar de stem van de Geest. Die moeten van meet af aan leren. Ze moeten als havik leren om duif te worden. Een duif staat niet voor een doetje. De duif staat voor de vredestichter, de mens die gaandeweg de kunst leert verstaan het moeilijke maar o zo heilzame proces van vergeving en verzoening te gaan. Maar het is onze roeping. Daartoe blaast de opgestane Heer op ons zijn leerlingen en schenkt hij ons zijn Heilige Geest. Bij God is alles mogelijk. |
|||||