Home


Preken


Jan BosContact:
Jan C. Bos
Wagnerkade 59,
2102 CT Heemstede
T  023 5332455
E jancbos@antenna.nl




14 juli 2019 Wie is mijn naaste?
Lucas 110, 25 - 37 Dorpskerk Bloemendaal

Van alle gelijkenissen die Jezus heeft verteld heeft die van de barmhartige Samaritaan misschien wel de meeste invloed gehad. Het verhaal is heel bekend en geliefd omdat het direct op het eerste gehoor zo duidelijk zegt waar het op aankomt. De hoorder moet evenals de Samaritaan barmhartigheid bewijzen aan wie in nood is. Doe evenzo, betekent doe als de Samaritaan.
Door de eeuwen heen is het verhaal van Jezus zo begrepen. Telkens weer lieten mensen zich inspireren door de Samaritaan die zich tenminste bekommert, hij wel. Hij verbindt belangeloos de wonden van de beroofde reiziger. Daar ligt een mens in nood. Die mag je niet laten liggen.
Wekenlang dobbert de Seawatch op de Middellandse zee voor Europese havens met vluchtelingen aan boord die in ellendige omstandigheden zijn opgevist. En iedereen gaat aan de overkant voorbij terwijl de kapitein doet wat moet. Er zijn mensen in nood.
Een mens viel in de handen van rovers, die hem niet alleen uitschudden, maar ook slagen gaven, en weggingen terwijl zij hem halfdood lieten liggen. Dat gebeurt vandaag ook. Mensen worden gewelddadig beroofd Ouderen gaan na zessen niet meer naar buiten. Winkeliers worden doodgestoken omdat ze niet vlug genoeg helpen. Wie wat zegt kan een klap voor zijn kop krijgen.
Wij allemaal schudden ons hoofd en houden ons hart vast. Vorige week schreeuwende ruzie op straat maar ik bemoeide mij er niet mee.
Het verhaal van de Samaritaan is vandaag nog net zo belangrijk en nodig als tweeduizend jaar geleden. Je kunt honderdduizend smoezen bedenken. Je kunt terecht zeggen dat je de hele wereld niet op je nek kunt nemen. Je kunt je verschansen in je eigen kring en met je eigen mensen, in je eigen ego. Dat kan allemaal en het gebeurt. Maar wat nu, wat nu als er een mens op straat ligt die bloedt uit vele wonden. Wat nu als die ene vluchteling klopt aan jouw poort, dat ene mensenkind in nood op jou een beroep doet.
Ga heen, doe gij evenzo. Met een aan duidelijkheid niets te wensen overlatend woord worden wij tot ontfermers bevorderd. Loop niet voorbij. Bekommer je om wie in nood is. Dat moet je doen.

Dat weet jij. Dat weet ik. Dat weet die wetgeleerde die met Jezus in gesprek is. Hij kent de geboden. Wij ook. En tegelijk worden we geplaagd door duivelse dilemma’s. Wat moet ik doen in de vluchtelingencrisis? Welke keuzes maak ik als burger en als consument. Waar doe ik goed aan? Wat heeft geen zin? Wat werkt wel en niet. Wat moet ik doen nu mijn werk mij opslokt of mijn bestaan wankelt, mijn gezin in crisis is. Meester, kunnen we daar niet over praten?
En precies dat is wat de wetgeleerde ook vraagt. Wie is mijn naaste? vraagt de wetgeleerde. Kunnen we daar over praten? Ik moet van alles. Kunnen we daar over praten.
Het bijbelse woord naaste betekent degene die jou het naast staat, degene die met jou verbonden is in de geloofsgemeenschap met God. De naaste is degene die als een waarachtig mens Gods liefde laat zien.
 Wie is mijn naaste? Wij denken dat het de gemakzuchtige vraag van een afwerende bijbellezer is. En dat is bij ons ook vaak zo. Maar het kan ook de bange vraag zijn van iemand die in doodsnood is. Dat is de diepe laag in het verhaal. Meester, meester, hoe wordt ik verlost van het doodse bestaan. Wie helpt mij. Wie, wie is mijn naaste?
We kunnen ons ook te vlug met de Samaritaan vereenzelvigen. Maar de vraag “wie is mijn naaste?” is allereerst de vraag van die man langs de kant, halfdood en in diepe nood. Wie is mijn naaste? Wie helpt mij. En voordat wij in goedbedoelde ijver ons al over de ander heen buigen, neerbuigen vaak ook, moeten we eerst iets anders doen, namelijk ons vereenzelvigen met die mens in nood. Jij ligt aan de kant van de weg en jij. Jij bent in doodsnood. Jij weet je geen raad meer. Wie is je naaste?
Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beŽrven? Wat moet ik doen om niet dood te gaan in leegte en gemis. Wat moet ik doen om het verlangen naar wat echt is en puur te verwezenlijken?
Wie is mijn naaste? Wie helpt mij echt te leven? Dat is een hele goede vraag omdat hij veel dieper reikt dan de vraag naar wat er allemaal moet. Het is de vraag naar de diepe kern die jouw leven draagt en drijft. Het is niet een vraag naar wat moet maar naar wat liefde betekent.

De Eeuwige zelf is jouw naaste en de mens in wie Gods liefde tot jou komt, die is jouw naaste. De naaste is niet de man op de weg. Jij bent de man op de weg en de naaste, dat is de Samaritaan, die ander van wie je het helemaal niet verwachtte, die Ander die zich over jou heen buigt en jouw wonden verbindt. In de omgang met God leer je jezelf kennen.
 God bedient zich van mensen. Mijn vader, moeder, broeder, zuster die mij op weg helpen en houden, ze zijn mij zo naast en ze zijn mij zo lief. En het gaan op die weg, dat is het eeuwige leven. De weg van alle geboden is eeuwig leven. Kies het leven, zegt Deuteronomium vanmorgen. Kies het leven. Is er een andere keus? Is er een betere keus? God buigt zich over jou heen, de Eeuwige kiest voor jou en jou. En jouw naasten houden jou op de weg. Wie is mijn naaste, wie is mijn moeder, zuster, broeder? Dat zijn zij die de wil van de Eeuwige doen.

Naast de man in nood en de Samaritaan zijn er ook de rovers. De rovers pakken jou het leven af. De rovers kom je tegen als je afdaalt van Jeruzalem naar Jericho. Wiebelend op weg, dwalend in het donker. De rovers grijpen je en pakken alles af wat voor jou van waarde is. De rovers, het kunnen ook vandaag zeer letterlijke rovers zijn. In Afrika gaan de benden moordend en verkrachtend rond. In het MiddenOosten heerst de gruwelijke terreur van godsdienstfanaten. Wie is een naaste? In onze binnensteden scheurt de drugsmaffia met scooters over straat. Wie is een naaste? De rovers kunnen ook geestelijke rovers zijn die jou sarren en kwellen, die jou aanvechten en in verwarring brengen. Dat aast op de sociale media op jouw koopkracht. Dat verleidt met gladde praatjes tot wegkijken van de grote problemen die ons allemaal aangaan. Dat grijnst overdag. Dat spookt in de nacht.
De rovers verleiden met macht en kracht, glans en genot en beroven je van je gezondheid en je geluk. De rovers zijn er. Wie is jouw barmhartige Samaritaan. Wie geeft jou waarachtig liefde.
De barmhartige Samaritaan is het beeld van Christus. Hij is jouw naaste. Wie nog meer?
Is de priester mijn naaste? Hij zou dat toch moeten zijn? Is de Leviet mijn naaste? Hij zou dat toch moeten zijn? Zij staan toch in de geloofsgemeenschap van God en mensen?
Dat zit ook in het verhaal. Dat is de kritische en uitdagende kant. Naast de vraag wie is mijn naaste? klinkt voor ons die vandaag in de kerk zitten ook de vraag "Ben ik een naaste". Ben ik een naaste voor de slachtoffers van de rovers. Ben ik een naaste voor een mensenkind dat verdriet heeft, pijn lijdt, diep in nood verkeert?


Die vraag moet niet allereerst gesteld worden. Want ach, we lopen ons zomaar voorbij of wanen ons geboren weldoeners. Dat zijn we niet. je bent een brekebeen die zelf een naaste nodig heeft.
De diepe zin van onze gelovige traditie is dat het ons leert wie wij mensen zijn. Je bent een mens die wordt geliefd en begenadigd. Je bent gewond en wordt geheeld.
En juist vanuit het besef dat jij een naaste hebt die jouw wonden heelt, juist vanuit het weten van eigen nood en dood, kun je ook een naaste zijn, mensenkind door God geroepen en begenadigd om echt te leven.
De Eeuwige trekt ons uit het gesloten, doodse bestaan. Onze naasten helpen ons, dat gesloten doodse leven open te breken. En jij leeft samen met hen Niet omdat het moet maar omdat je het uit liefde voor je naaste wilt.  
Amen