Home


Preken


Jan BosContact:
Jan C. Bos
Wagnerkade 59,
2102 CT Heemstede
T  023 5332455
E jancbos@antenna.nl




19 augustus 2018  Doven horen en stommen spreken
Marcus 7, 31-37  Ontmoetingskerk, Haarlem

Ben jij doofstom? Ooit geweest? Ooit tegengekomen? Of heb jij nooit met een doof-stomme te maken gehad? Ik wel. Ooit in een heftig conflict met een collega zei ik echt heel verstandige en redelijke dingen. Echt waar. Geen speld tussen te krijgen maar die ander luisterde niet eens. Die kon gewoon niet luisteren, die man. Er kwam ook geen zinnig woord uit. Niet om aan te horen. Ik luisterde er op laatst niet meer naar. Hebben jullie dat nooit meegemaakt? Ik wel. Mijn broer kan dingen over vroeger thuis vertellen die echt niet kloppen, voor geen meter. En mijn ex hoeft al helemaal niet bij me aan te komen. Zoals die de feiten verdraait… Ik kan het niet meer horen. Hebben jullie daar nou nooit last van gehad? Nooit het gevoel gehad tegen een muur te praten, nooit ver-ongelijkt de boel maar laten zitten. Of toch wel. Ik wel. Dat zei ik al. En ik ben niet de enige. De rijdende rechter heeft er dagwerk aan en op het familiediner wordt wat afge-tobd.
Ooit riep onze Heer “Effata” “Ga open” betekent dat. En ik denk zomaar dat hij het van-daag opnieuw roept. Nee, niet tegen die anderen waar ik het zojuist over had. Maar te-gen jou en mij die zo last kunnen hebben van doofstomheid. “Ga open”, zegt hij tegen mensen die gesloten zijn, doof en stom. Vandaag wil Hij ons de genade geven te luiste-ren en te spreken, te luisteren naar de harten van de mensen en uit te spreken wat wij voelen en wat diep in onze ziel verborgen ligt. Dat is daarin opgeslagen in de loop van de jaren. Al die neergeslagen herinneringen, opgelopen pijnen, angsten en verwarringen verstoppen ons. Ze maken ons doof en stom. Je lijf is kwetsbaar en je loopt op dun is. Je zou “red mij, red mij” willen roepen maar je keel zit dichtgeschroefd. Je mond is droog. Je kunt niet spreken en je kunt niet luisteren want je zit verstopt, boordevol ver-driet, boosheid, angst.
Zo is het vandaag bij mensen, groepen, volken. Dat zit verschanst in eigen gelijk. Mos-lims voelen zich miskend. Christenen voelen zich bedreigd. Het westen vreest terreur en het Oosten vreest kolonialisme. Ondertussen zoeken tienduizenden mensen uit door droogte, armoede en geweld geteisterde gebieden een goed heenkomen. En in  Europa is ieder land en ieder volk vooral bezig met zijn eigenbelang. Dat is een dialoog tussen stommen en doven over en weer. In Amerika wordt door de president elk kritisch woord over klimaatverandering als fake-news weggezet. Wordt dan ooit waar wat Jesaja pro-feteerde over de woestijn die zal bloeien als een roos en de balling die zal keren in vre-de?
SyriŽ bloedt uit duizend wonden. Bedorven godsdienst splijt het land en maakt de men-sen doof en blind voor elkaar. Het land rond Tyrus en Sidon is een kruitvat. En waar ooit de Heer rondwandelde, zijn de mensen doof en stom. Joden en Palestijnen zijn allebei gewond in hun ziel en kunnen niet met elkaar spreken en naar elkaar luisteren. In IsraŽl woont een nog altijd gewonde derde generatie van hen die gevlucht zijn voor de antise-mitische terreur in Europa en nog altijd vrezen voor hun leven in een vijandige wereld. En Palestina is een groot kamp van hen die gevlucht zijn voor Joods nationalisme dat hen verdreef van hun geboortegrond. Het parlement in IsraŽl, de Knesset, heeft nog maar kort geleden een wet aangenomen die de Joden meer geborgenheid moet bieden en de Palestijnen nog meer achterstelt. Het is een drama. Het zit muurvast. Het verdeelt de wereld en ook de kerk tot op het bot. Organiseer in de kerk een avond over IsraŽl en de zaal wemelt van doven en stommen. Allemaal begaan met kwetsbare mensen en allemaal overtuigd van eigen gelijk. Wie brengt ons tot elkaar?  Wie maakt ons open voor elkaar?

“Ga open” zegt Jezus tot de doofstomme man. Het is een ontroerend verhaal van liefde en nabijheid. De openheid wordt niet geforceerd maar gewekt en geroepen met tedere en intieme gebaren.
Drie dingen wil ik noemen.
Allereerst: Jezus zondert zich af. De genezing is een proces tussen die mens en Jezus alleen. Waarom is dat? Dat moet wel zijn omdat de menigte het ware zicht kan belem-meren. De drukte en het vertier op de markt belemmeren het zicht. Soms moet een mens de stilte in. Soms is het nodig dat niets hem afleidt, dat er volle aandacht is van en voor de ene. Dat zegt niets ten nadele van de menigte. Jezus is met ontferming over hen bewogen. Het zegt ook niets ten nadele van de gemeenschap. Want de Heer troont op de lofzangen van de mensengemeenschap. Maar hier is het nodig en heilzaam. De volle aandacht van Jezus gaat uit naar die ene mens. Die ene mens wordt door nie-mand gestoord in zijn contact met Jezus.
Het tweede is wat ik wil noemen is het speeksel. Het speeksel vertegenwoordigt de spi-ritualiteit van de nabijheid. Speeksel hoort bij zoenen. Het kind krijgt een kusje op de zere knie. Dat helpt. Het speeksel van Jezus vertegenwoordigt de spirituele kracht van Jezus die in een zeldzaam intiem gebaar wordt overgebracht op de doofstomme mens. Hoe wordt een mensenkind van geslotenheid genezen? Doordat hij in zijn verdriet wordt getroost en in zijn bitterheid wordt verzoet en in zijn haat wordt aangeraakt met liefde. Die ene mens wordt gekend, aanvaard, begrepen en daardoor genezen. Zo mint Hij ook ons.
Het derde is de macht van het levenwekkende woord van de Heer. DŠt woord en geen ander wekt geloof en vertrouwen. Wij hoeven niet te leven op eigen kracht alleen. Ge-loven is niet zelfvertrouwen. We mogen ons in goede en kwade dagen, in de lichte uren en als we gaan door diepe duisternis, in leven en sterven gedragen weten door Zijn woord van genade en Zijn Geest die leven doet.
“Ga open” zegt Hij. Waarom zouden wij dat doen? Omdat Hij het zegt. Dieper dan ik mij zelf ken, kent Hij mij. Hij nodigt mij om al wat in mijn ziel verdrongen is, alle weggeduw-de gevoelens en zware herinneringen, voor Hem aan het licht te brengen. Hij geeft mij de genade om wat in Mij is te benoemen. Hij geeft mij het innige gebed.
Ik wil nog een vierde ding benoemen. Dat is de rol van de omstanders in het verhaal. Zij brengen de doofstomme tot Jezus. Ook dat is tot op vandaag onze roeping. In de ge-meente brengen we elkaar tot Jezus. Zijn levende Woord is onze hoop, ons geloof, onze kracht en ons richtsnoer.

Ooit in 1948 dachten we bij de stichting van de staat IsraŽl dat door een besluit van de Verenigde Naties de woestijn door God tot bloei werd gebracht. Maar ik denk dat dat toen toch te overmoedig gedacht. Werkelijke vrede komt niet door politieke besluiten maar door bekering in de harten van mensen.
De genezing van de doofstomme staat in het verband van Jezus verblijf buiten IsraŽl. Wat gebeurt wil het onbegrip van de leerlingen doorbreken en de lofprijzing bij jood en niet-jood uitlokken.  Ga open, zegt Hij. Werkelijke vrede komt wanneer Joden en Pales-tijnen leren luisteren naar elkaars noden en angsten, wanneer ze hart en ziel openen voor elkaar en leren leven in ťťn land, hun beider geboortegrond. Maar dat geldt niet alleen voor Joden en Palestijnen. Het geldt voor Sjiieten en soennieten, voor christenen en moslims, voor migranten en mensen die al generaties lang hier leven. Wij allen moe-ten leren onze geboortegrond, deze aarde samen te delen en niet te beschouwen als ons nationale privť-bezit. Wij moeten allemaal leren de aarde niet uit te buiten maar te koesteren en te behoeden. Ach, wat is dit moeilijk. Moge God ons de genade geven van een groeiend inzicht en moge Hij ons de wijsheid geven te werken aan een gemeen-schap die hulp biedt in nood want op je eentje lukt dat niet..
Ga open, zegt Hij. Dat woord klinkt tot jou en mij die zo onzeker kunnen zijn, angstig en verward in onze privť-situatie, geplaagd door onbegrip en gevangen in wrok. Dat woord klinkt tot jou en mij die hard en onverschillig kunnen zijn.
Hij zegt het die jouw eigen angst en nood als geen ander begrijpt en deelt. Hij zegt het die aandachtig luistert naar jouw bange hart. Vrees niet, ik ga met jou in de strijd van het bestaan, bij het moeilijke gesprek, bij de eerste stap en bij de laatste gang. Vrees niet want ik begenadig jou.
Hij luistert als jij eindelijk spreken durft.
En als jij je gehoord en gekend weet door de Eeuwige kun je ook luisteren naar de men-sen.. Je hoort opnieuw de vogels. Je hoort het ritselen van het blad en lichte gerucht van leven in de wieg. Je hoort de vreugde van mensen en hun verdriet. Je luistert niet alleen naar de mond maar ook naar het hart van wie tegenover je staat. Je bent niet doof meer. Je bent niet stom meer. Je luistert. Je lacht. Je leeft.